Voor wie is protonentherapie?

Hoewel er weinig grootschalige vergelijkende studies bestaan, is er veel experimenteel bewijs dat protonen bij de behandeling van bepaalde vormen van kanker voor betere resultaten zorgen. Naar schatting heeft ongeveer tien tot vijftien procent van de radiotherapie patiënten baat bij protonentherapie. Er zijn vier groepen indicaties die in aanmerking komen voor de behandelmethode.

Selectie op basis van indicaties

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft een maximale behandelcapaciteit vastgelegd in de Regeling Protonentherapie. In Nederland mogen voorlopig 2.200 patiënten per jaar met protonentherapie worden behandeld. Dit komt ongeveer overeen met 3% van de kankerpatienten die met radiotherapie behandeld worden. De vastgestelde behandelcapaciteit van Zuid-Oost Nederland Protonen Therapie Centrum is 400 patiënten per jaar. Dit betekent dat er een selectieprocedure van toepassing is. De Gezondheidsraad heeft de indicaties die in aanmerking komen voor protonentherapie benoemd en onderverdeeld in vier groepen. Uw behandelend specialist, uw radiotherapeut-oncoloog, beoordeelt of u volgens deze regeling in aanmerking komt voor behandeling met protonen.

Standaard indicaties

Onder standaard indicaties worden internationaal geaccepteerde indicaties voor protonentherapie verstaan. Bij deze indicaties is het voordeel van protonentherapie bewezen en is er sprake van een duidelijke meerwaarde boven conventionele radiotherapie. De standaard indicaties zijn kindertumoren, oogtumoren en schedelbasistumoren.

Model gebaseerde indicaties

Patiënten met borstkanker, hoofdhalskanker, longkanker of prostaatkanker komen in bijzondere gevallen in aanmerking voor protonentherapie:

  • Effectievere stralingsdosering
    Soms komt het voor dat de stralingsdosis van conventionele radiotherapie niet toereikend is om de tumor aan te pakken. Of is er behoefte om de dosis beter te verdelen. In zo’n geval stelt de behandelaar een planningsvergelijkingsstudie op. Hieruit moet blijken of de patiënt baat heeft bij protonentherapie.
  • Vermindering van complicaties
    Conventionele radiotherapie en protonentherapie verschillen van elkaar in type straling en stralingsdosis. Daardoor kan de kans op complicaties lager zijn bij protonentherapie. Op basis van modellen die de relatie tussen straling en complicaties weergeven wordt beslist of een patiënt in aanmerking komt voor protonentherapie. Vandaar ook de naam model gebaseerde indicaties.

De (wiskundige) modellen zijn gebaseerd op publicaties uit de medisch-wetenschappelijke literatuur op basis van gevalideerde studies. Deze modellen zijn landelijk uniform vastgesteld, net zoals de criteria die bepalen of een behandeling beter is.

Preventie van secundaire tumoren

Radiotherapie kan gevolgen hebben op de lange termijn: er bestaat een zeer kleine kans op de vorming van een nieuw type kanker. Deze secundaire tumoren uiten zich zo’n 15 tot 20 jaar na de behandeling. Onder andere leeftijd en stralingsdosis zijn van invloed op het risico op secundaire tumoren. Jongere patiënten, met een lange levensverwachting, hebben bijvoorbeeld een grotere kans om dergelijke tumoren te ontwikkelen.

Potentiële indicaties

Bij potentiële indicaties moet de meerwaarde van protonentherapie worden aangetoond, wat betreft tumordosis en tumorcontrole. Namelijk door middel van gerandomiseerde studies. Vervolgens wordt op basis van loting bepaald welke patiënten die aan de voorwaarden voldoen behandeld worden met protonentherapie. Dit is echter een zeer kleine groep patiënten. Indien een patient in aanmerking komt voor deelname aan een dergelijke studie, zal dit door de specialist aangeboden worden.

Gewoon goed is voor ons niet goed genoeg. Daarom staat het Zuid-Oost Nederland Protonen Therapie Centrum open voor nieuwe kansen, ideeën en alternatieve routes.

Maria Jacobs Bestuurder